Dit doen ze om laatste auteursrechtclaim in zaak over studieboekenpiraterij te laten vervallen
Google probeert in zijn strijd met meerdere academische uitgevers over studieboekenpiraterij de laatste auteursrechtelijke aansprakelijkheidsclaim van tafel te krijgen. In een verzoek om een gedeeltelijk vonnis, ingediend bij een federale rechtbank in New York, stelt Google dat het recente arrest van het Hooggerechtshof in Cox v. Sony de juridische basis onder de auteursrechtclaims heeft weggenomen. Alleen als de uitgevers kunnen aantonen dat Google opzettelijk inbreuk heeft uitgelokt of een dienst heeft ontwikkeld die uitsluitend is toegesneden op piraterij, zou dat anders liggen.
In juni 2024 spanden grote uitgevers, waaronder Cengage Learning, Macmillan Learning, Elsevier en McGraw Hill, een auteursrechtzaak aan tegen Google bij de federale rechtbank in New York.
Volgens de bedrijven zette de zoekgigant Shopping-advertenties in voor zogenoemde ‘Pirate Sellers’: handelaren die via het platform van Google inbreukmakende kopieën van hun studieboeken promootten.
Sinds de zaak werd aangespannen, is de vordering al aanzienlijk ingeperkt. In juni vorig jaar wees rechter Jennifer L. Rochon de claim van de uitgevers wegens secundaire auteursrechtinbreuk af, evenals hun klachten over vermeende schendingen van de New York General Business Law.
Wel bleven een claim wegens merkinbreuk en de kern van de vordering over medeplegende auteursrechtinbreuk overeind. Google stelt nu echter dat het recente arrest Cox Communications v. Sony Music Entertainment de resterende auteursrechtclaim juridisch onmogelijk maakt.
Google: Cox verandert de norm
In een verzoek om gedeeltelijk vonnis, vorige week ingediend bij de Southern District of New York, stelt Google dat de vordering van de uitgevers volledig rust op een inmiddels achterhaalde juridische redenering.
Lagere rechters oordeelden eerder dat een combinatie van kennis van en materiële bijdrage aan inbreukmakend gedrag voldoende kon zijn om aansprakelijkheid voor medeplegende auteursrechtinbreuk aan te nemen. Het Hooggerechtshof heeft die maatstaf in Cox echter aangescherpt.
Volgens het Hof is voor medeplegende aansprakelijkheid vereist dat de aanbieder van de dienst de bedoeling had dat die dienst voor inbreuk zou worden gebruikt. Die bedoeling kan volgens het arrest op twee manieren worden aangetoond: ofwel heeft de aanbieder actief inbreuk uitgelokt, ofwel gaat het om een dienst die zó op piraterij is toegesneden dat er geen wezenlijke legitieme toepassingen zijn.
Laatste auteursrechtclaim moet vervallen
Volgens Google voldoen de uitgevers niet aan die maatstaf. Hun laatste claim wegens auteursrechtinbreuk zou daarom moeten vervallen.
“Eisers stellen niet — en kunnen ook niet stellen — dat Google een dienst heeft geleverd die ‘toegesneden is op’ inbreuk; het Shopping-platform heeft duidelijk legitieme toepassingen. En in de aanklacht gebruiken zij zelfs niet het woord ‘uitlokken’ of varianten daarvan. Ook beweren zij niet dat Google het Shopping-platform wilde laten gebruiken voor inbreuk,” schrijft Google.
“De theorie die eisers in hun aanklacht naar voren brengen, is daarentegen een van materiële bijdrage: dat Google geacht kan worden de vereiste bedoeling te hebben gehad om inbreuk te veroorzaken, omdat het advertenties van handelaren bleef tonen terwijl het wist dat die handelaren inbreukmakende inhoud aanboden. Precies die theorie heeft Cox verworpen.”
Juridische strijd nog niet voorbij
Of de rechtbank het met Google eens zal zijn, moet nog blijken. Wel maakt het verzoek duidelijk hoe ver de impact van het Cox-arrest mogelijk reikt.
Zelfs als Googles verzoek wordt toegewezen, is de zaak daarmee niet voorbij. De claim wegens merkinbreuk op grond van de Lanham Act overleefde de eerdere afwijzing en maakt geen deel uit van het huidige verzoek. De uitgevers stellen dat Google Shopping-advertenties ongeautoriseerde afbeeldingen van hun gemerkte studieboekomslagen toonden, en rechter Rochon oordeelde dat die claim voldoende was onderbouwd.
In een aparte indiening vorige week reageerde Google ook op de tweede gewijzigde aanklacht. Daarbij voerde het bedrijf onder meer fair use en onschuldige inbreuk aan als verweer tegen de merkinbreukclaim.
Google betwijfelt bovendien of de uitgevers überhaupt bevoegd zijn om te procederen. Volgens het bedrijf zijn de studieboeken vervaardigd als works made for hire, wat betekent dat de universiteiten die de auteurs in dienst hadden de auteursrechten bezitten, en niet de uitgevers.
Of dat argument verder moet worden uitgewerkt, hangt uiteraard af van de vraag of de auteursrechtclaim het verzoek tot afwijzing overleeft.






