De zwarte komedie, zich afspelend in een uitvaartcentrum, keert terug met een grote vraag: wie zal de directeursstoel erven? Chemi stelt voor om de functie “alleen maar eventjes” op zich te nemen—precies lang genoeg om zijn stempel te drukken—en vervolgens later kan Dámaso het stokje overnemen. Maar hoe zal Dámaso reageren?
Ondertussen wordt meteen duidelijk dat de machtsverdeling niet alleen een praktische kwestie is, maar ook iets dat gevoelens en verhoudingen binnen het team op scherp zet. In een setting waar elke handeling normaal gesproken draait om respect, rouw en stilte, krijgt controle ineens een heel andere betekenis. Juist daardoor krijgt het verhaal een extra laag spanning: wat als iemand niet van plan is zich neer te leggen bij de voorgestelde regeling? En vooral: wat als “heel even” in de praktijk veel langer blijkt te duren dan iedereen had gedacht?
Chemi’s plan klinkt weliswaar overtuigend, maar ligt tegelijk vol valkuilen. Zijn idee veronderstelt dat iedereen zich vanzelfsprekend zal schikken naar de volgorde die hij voorstelt. Toch kan de werkelijkheid anders uitpakken, omdat mensen vaak hun eigen belangen, voorkeuren en temperament met zich meebrengen. Dámaso kan de situatie bijvoorbeeld zien als een test, of juist als een poging om hem buitenspel te zetten.
Daardoor hangt er niet alleen een antwoord boven de scène, maar ook een grotere kwestie: of de samenwerking intact blijft, of dat deze afspraak leidt tot nieuwe conflicten. Kortom, de terugkeer van het verhaal belooft geen eenvoudige machtswissel, maar een voorspelbare—of juist onverwachte—reactie van Dámaso.






