Will, de nerveuze en onervaren erfgenaam van een autogarageketen, probeert het bedrijf van zijn vader weer op de rails te krijgen. Dat lukt hem echter niet zomaar, want hij wordt voortdurend onderworpen aan vernederingen en mishandeling door zijn neef—en tevens zijn collega—Shane. Shane laat Will niet alleen voelen dat hij het werk niet aankan, maar zet hem ook stelselmatig onder druk, waardoor alles wat Will probeert te doen steeds opnieuw lijkt te mislukken.
Toch geeft Will niet op. Ondanks de voortdurende tegenwerking probeert hij zijn plannen door te zetten, medewerkers aan te sturen en nieuwe manieren te bedenken om de zaken beter te laten draaien. Maar telkens wanneer hij één stap vooruit lijkt te zetten, komt Shane weer met nieuwe sabotage of intimidatie. Daardoor verandert wat eigenlijk een zakelijke uitdaging had moeten zijn, al snel in een strijd op meerdere fronten: Will moet niet alleen leren hoe hij een bedrijf leidt, hij moet ook zien te overleven in een omgeving waar zijn autoriteit voortdurend wordt betwist.
Gaandeweg wordt duidelijk dat de situatie niet alleen draait om werk en prestaties, maar ook om macht binnen de familie en de garage zelf. Will worstelt met zijn positie en met zijn twijfels, terwijl Shane alles in het werk stelt om hem klein te houden en het bedrijf te laten verzanden. Dat maakt elke verbetering die Will toch weet door te voeren des te belangrijker en raakt hem persoonlijker dan hij van tevoren had verwacht.
De spanning groeit naarmate de garageketen in onzekerheid verkeert en Will steeds harder moet bewijzen dat hij meer is dan een ongemakkelijke opvolger. Zijn poging om het bedrijf te hervormen wordt daarmee een verhaal over doorzettingsvermogen, waardigheid en de moed om ondanks intimidatie toch keuzes te maken. Uiteindelijk gaat het niet alleen om auto’s en reparaties, maar om het gevecht om respect en controle.






