Zweedse misdaadserie met Nigel Havers in de hoofdrol. Stockholm, 1997. Nadat Joachim Posener uit de gevangenis is vrijgelaten, slaat hij de handen ineen met zijn roekeloze neef Thomas Jisander. Samen bedenken ze een plan dat niet alleen brutaal, maar ronduit illegaal is, en dat de grenzen van wat mogelijk is verlegt. Wat begint als een kans om hun vrijheid om te zetten in macht en geld, groeit al snel uit tot iets dat alles in gevaar brengt.
Ze noemen zichzelf de Golden Boys. Met hun zelfverzekerde houding en gebrek aan respect voor de regels weten ze het grootste financiële misdrijf uit de Zweedse geschiedenis uit te voeren. Hun aanpak is zorgvuldig gepland, maar tegelijk doordrenkt van arrogantie: ze denken dat ze altijd een stap voor zullen blijven op de autoriteiten. Ze geloven dat ze door slimmigheid en lef het systeem kunnen misleiden, terwijl iedereen om hen heen vooral ziet wat ze willen laten zien.
Naarmate de uitvoering vordert, wordt duidelijk dat de gevolgen niet alleen financieel zijn. Misdaad heeft een eigen dynamiek en trekt langzaam maar zeker mensen mee die ze niet hadden voorzien. Vriendschappen, loyaliteit en vertrouwen worden op de proef gesteld zodra het risico toeneemt. De vraag wordt niet alleen hoe ze zo ver hebben kunnen komen, maar vooral wat er gebeurt wanneer de schijn begint te barsten en het verleden uiteindelijk inhaalt.
De serie schetst daarmee niet enkel een verhaal over geld en fraude, maar ook over karakter: over impulsen, over de band tussen familieleden en over de manier waarop ambitie kan omslaan in een val waaruit nauwelijks nog te ontsnappen is. De misdaad lijkt in eerste instantie groot en indrukwekkend, maar de onderliggende dreiging blijft voortdurend aanwezig.






