Alexandra Maria Lara – een vertrouwd gezicht voor Britse kijkers dankzij haar rollen in films als Downfall, Control en The King’s Man – is te zien in een Duitse komedie die laat zien wat Duitse makers zouden moeten kunnen maken. Het gaat om een film die in toon vreemd en eigenzinnig is, maar tegelijk onderwerpen aansnijdt die duidelijk probleemgericht zijn. Die thema’s worden niet alleen aangestipt om grappig te zijn; ze werken toe naar een uitkomst die uiteindelijk relevant blijkt voor de hedendaagse maatschappij en voor de manier waarop mensen zich gedragen.
De komedie combineert dus een ongewone sfeer met een onderliggende ernst. Naarmate het verhaal vordert, krijgt de kijker de indruk dat de makers bewust spelen met verwachtingen, om via humor en absurditeit juist iets te zeggen over het nu. De film probeert daarmee niet alleen te vermaken, maar ook te spiegelen: hoe kijken we naar elkaar, welke patronen herhalen we, en waarom blijven bepaalde problemen terugkomen? In het verhaal draait het om Noor (Rurik Gíslason), die wordt neergezet als een soort moderne, dromerige Viking. Hij heeft een moeder en een broer, en hij lijkt niet helemaal in de pas te lopen met de wereld om hem heen. Zijn karakter past bij de merkwaardige toon van de film: tegelijkertijd herkenbaar menselijk en toch net een tikje buiten de werkelijkheid geplaatst. Noor komt in aanraking met Anne Herrmann en David Striesow, waardoor de gebeurtenissen in beweging worden gezet en de thematiek verder wordt uitgediept.






