Fish Shell 4.9 is uitgebracht en bevat een oplossing voor een toetsenbordprobleem in Konsole, snellere tabaanvulling bij trage symbolische koppelingen en diverse scriptverbeteringen.
Fish Shell 4.9 is verschenen als de nieuwste versie van de populaire commandline-shell. Deze release lost een probleem op in Konsole 26.07.80 en in de implementatie van het Kitty-toetsenbordprotocol, waardoor Shift+PageUp soms niet meer werkte.
Om dit probleem te voorkomen, vraagt Fish onder Konsole standaard niet meer om het Kitty-toetsenbordprotocol. Gebruikers die dit wel willen, kunnen dit gedrag opnieuw inschakelen via de featureflag omit-term-workarounds.
Daarnaast verbetert Fish Shell 4.9 de prestaties van tabaanvulling in mappen met symbolische koppelingen die traag worden opgelost, zoals koppelingen naar bestanden op een netwerkschijf. Ook kunnen afkortingen nu een beschrijving krijgen die direct zichtbaar is in de aanvulweergave.
In terminals zoals Kitty kunnen Shift+Space en Space voortaan afzonderlijk worden toegewezen. Ook de vi-modus heeft een kleine verbetering gekregen: opdrachten zoals cF en cT werken nu correct.
Op het gebied van scripts kan lijstindexering nu in meer situaties genest worden. Ook zijn meerdere uitzonderingssituaties met vierkante haken en variabele-indexering gecorrigeerd.
Daarnaast houden de ingebouwde help-pagina’s nu rekening met een aangepaste man-functie, en geven opdrachten die ongeldige variabele-overschrijvingen proberen door te voeren nu een foutmelding in plaats van dat ze dit stilzwijgend negeren.
Tot slot lost deze release meerdere oudere regressies op, waaronder foutieve Chinese en Japanse vertalingen van sommige foutmeldingen van de C-bibliotheek, onjuist gedrag bij het verwijderen van alleen-lezenvariabelen en het feit dat de ingebouwde opdracht fg niet correct werkte op NetBSD.
Voor meer details zie het wijzigingslog.
Fish Shell 4.9 is nu beschikbaar op de GitHub-releasespagina van het project. Er zijn zelfstandige Linux-binaries beschikbaar voor ondersteunde cpu-architecturen, en macOS-pakketten volgen apart.





