Wat begint als een ogenschijnlijk traditionele oorlogsfilm – waarin rekruten zich hechten tijdens een intens trainingskamp in Australië in 1942 – verandert gaandeweg in iets veel onverwachter en veel ingrijpender. De focus ligt eerst op de band die ontstaat tussen de jonge soldaten, die zich voorbereiden om te vechten tegen de Japanse troepen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ze trainen hard, leren discipline en bouwen vriendschappen op die ze lijken te zullen behoeden voor de komende ontberingen. Maar zodra ze met het schip de Timorzee oversteken, slaat het noodlot toe. Hun schip wordt aangevallen en tot zinken gebracht, waardoor slechts een klein aantal mannen – waaronder Mark Coles Smith, Joel Nankervis, Lee Tiger Halley en Sam Delich – overblijft om te vechten voor hun leven.

Vastgeklampt aan een geïmproviseerd vlot bevinden ze zich in een wanhoopstoestand. Zonder voedsel, zonder water, en met gewonden die langzaam bloed verliezen, lijkt hun situatie hopeloos. De hoop op redding lijkt compleet verdwenen door een dikke laag mist die de zee omhult, waardoor zoekacties vrijwel onmogelijk zijn. Alsof dat nog niet genoeg is, worden ze ook nog eens geconfronteerd met een angstaanjagende vijand uit de diepte: een grote witte haai van ongeveer zes meter lang, die hen één voor één begint op te jagen en aanvalt. De spanning neemt toe naarmate de tijd verstrijkt, en de kijker wordt als het ware meegesleurd in de wanhopige strijd om te overleven.

De film blinkt uit in het gebruik van praktische effecten, met name de weergave van de haai is indrukwekkend en realistisch, zonder het gebruik van overmatige computeranimaties. Dit zorgt ervoor dat het geheel een authentieke en rauwe sfeer behoudt, wat de film bijzonder meeslepend maakt. De combinatie van intense situaties, de focus op de onderlinge relaties tussen de soldaten, en de realistische effecten, maken van deze film een buitengewoon intense en spannende ervaring. Een echte aanrader voor liefhebbers van oorlogsfilms met een onverwachte en innovatieve twist.