Het Nintendo NES-tijdperk had iets puurs. Eén controller, vier knoppen en dat kruisje—en tóch voelde het alsof je de hele wereld kon besturen. En die handleidingen… geen wegwerppapiertje, maar bijna een klein boek. Verhaal, kaarten, vijanden, soms zelfs artwork. Je leerde een spel voordat je het speelde.
En inderdaad: die combinaties. Tegenwoordig klagen we over tutorials van vijf minuten, maar toen zat je echt met zo’n handleiding op schoot:
“Oké, B + rechts + A in de lucht… wacht—nee, eerst springen.”
Hoofdpijn, maar wel een heerlijke soort.
De verschuiving die je beschrijft is eigenlijk groter dan alleen consoles. Met NES was alles direct en beperkt (in de goede zin). Playstation bracht complexiteit en verhalen. Xbox legde de focus op power, online en shooters. En ondertussen groeiden de controllers mee:
- van kruisje → analoge sticks
- van 4 knoppen → schouderknoppen, triggers, extra sticks
- van “press start” → menu’s, profielen, updates, patches
Soms voelt het alsof we iets hebben ingewisseld:
meer mogelijkheden, maar minder mysterie.
meer comfort, maar minder verbeelding.
Ik ben benieuwd—en dit bedoel ik echt nieuwsgierig:
mis jij vooral de eenvoud van het spelen, of het gevoel van ontdekking dat je toen had?

Handleiding:
Een van de eerste spelcomputers die ik zelf kocht, was de Nintendo NES. Een indrukwekkend apparaat met een controller die bestond uit een A-knop, een B-knop, Start, Select en een kruisje. Geen sticks, geen trillingen, geen touchpads — en toch redde je er complete werelden mee. Bij elk spel kreeg je toen nog een handleiding. Geen los blaadje, maar een serieus boekwerk. Inclusief verhaal, uitleg en combinaties waarbij je hersenen soms even vastliepen. Maar goed, je leerde het. Of je deed alsof.
Ik heb de volledige evolutie meegemaakt: van NES naar PlayStation en Xbox. Ja, SEGA bestond ook — sorry SEGA. Ik ben altijd trouw gebleven aan Nintendo, PlayStation en Xbox. Net als de consoles groeiden ook de controllers mee. Meer knoppen, meer sticks, meer functies… tegenwoordig heb je bijna een cursus nodig voordat je weet welke knop waarvoor dient.
Ondertussen werd alles steeds digitaler. Handleidingen verdwenen en informatie verhuisde naar “online”. Neem Diablo IV (ja, ik weet het: je houdt ervan of je krijgt spontaan heimwee naar Diablo I en III). Ik speel dit soort games niet vaak, maar als ik het doe, mis ik die papieren handleiding. Gewoon iets wat je erbij pakt, in plaats van vijf tabbladen open op je telefoon. Die natuurlijk naast je ligt.
Het begint al bij de eerste keuze: wat wil je zijn? Barbaar? Tovenaar? Iets daar tussenin? Nadat je je door de verschillende keuzemenu’s hebt geworsteld, kan het spel eindelijk beginnen.
En dan word je zonder zwembandjes in het diepe gegooid. Wapens onderverdeeld in kleurcategorieën. Wit? Geel? Paars? Is dit goed of kan ik het beter verkopen voor drie goud en een sok? Geen idee. Uitleg? Natuurlijk niet. Zoek het maar uit. Of beter nog: zoek het online uit.
En waarom is alle tekst zo klein? Tegenwoordig speel je minimaal op een 55-inch tv en alsnog heb je een vergrootglas nodig.
Dan denk ik met weemoed terug aan Zelda. Op een kleine tv maar met een lettertype wat ik zonder vergrootglas kon lezen. Aan die handleiding met kaarten, uitleg en een verhaal. Je sloeg ’m open alsof je een oud magisch boek las. Tegenwoordig krijg je geen boekje meer, maar 27 websites, 14 YouTube-video’s en een Reddit-discussie van drie jaar oud.
Vooruitgang noemen we dat. 😅






